Het barkschip TIMOR

In eene eerste voorloopige vergadering, door de Heeren A. Blussé van Oud-Alblas, Herman van der Sande Hz, F. van Wageningen en Mr.P. Blussé Az op den 20 Augustus 1839 gehouden, wordt besloten:

1e Om een nieuw Barkschip te bouwen, genaamd Timor, volgens het daarvan door de Heeren C. Gips & Zonen aangeboden bestek, en tot de daarvoor door hen gevraagde som van f 48.000,- onder bepaling nogtans, dat hetzelve bestek aan een nader onderzoek onderworpen zal worden, (En is hetzelve dienvolgens gesteld in handen van den Heer F.W. Versluis)
2e Om de kiel van dien bodem op 31e Augustus op te halen, en de klampklare levering te bedingen voor of op 20 July des jaar 1840.

In eene tweede comparitie gehouden den 29 Augustus 1839 is door voornoemde Heeren, de Reederij-Cedul (zie Stuk No 1) opgemaakt en de teekening geopend. Tevens is aan de deelhebbers in de vroeger onder dezelfde directie gebouwde schepen eene circulaire (zie Stuk No 2) afgezonden, en de teekening verder algemeen opengesteld. Onder dagteekening van den 3 September is aan de Handelmaatschappij kennis gegeven van het ophalen der kiel van den Timor (zie Stuk No 3)

Leave a Reply

Your email address will not be published.