De JAN VAN HOORN

Na als stuurman meerdere keren ‘de Oversteek’ gemaakt te hebben en de laatste reis met de DECIMA naar Oost-Indië, monstert Jacob Bouten op 31 maart 1842 als 1e stuurman aan op de JAN VAN HOORN, voor rederij A. Blussé van Oud-Alblas te Dordrecht. Deze toen nieuwe bark, 292 last,  werd gebouwd op de werf Cornelis Gips te Dordrecht. Toezichthouder tijdens de bouw en vervolgens kapitein, was Johannes Adrianus Keeman (1812 Amsterdam, vlag D53).
Onderstaand deel beschrijft zijn twee reizen als stuurman op de JAN VAN HOORN, waarna hij vervolgens gezagvoerder wordt op het schip en tot en met 1868 voor rederij Blussé blijft varen met de JAN VAN HOORN, de KOSMOPOLIET en de KOSMOPOLIET-II.

Kapitein van 29 jaar
Jacob Bouten wordt in 1844 kapitein voor rederij Blussé en krijgt kapiteinsvlag D18 van het zeemanscollege Dordrecht. Op 21 november 1844 vertrekt hij met 25 man op de JAN VAN HOORN uit Amsterdam (Texel), waarna hij direct bij het Nieuwe Diep in zeer zwaar weer terecht komt .
“De bestemming van de J.V.Hoorn was weder naar Java en had slechts weinig lading in te nemen. In het begin van november 1844 vertrok ik dan van Amsterdam naar het Nieuwe Diep, waar wij door de tegenwind eenige tijd werden opgehouden.
Wij lagen daar met een groot aantal schepen van allerlei naties, die alle even sterk verlangden te vertrekken, zoodat bij een gunstig oogenblik allen even hard naar één der sleepboten liepen om uitgesleept te worden. Doch dan werden ook weer contra-orders gegeven, daar de gelegenheid toch weer minder gunstig geworden was. Dit begon mij op het laatst zoo te vervelen, dat ik de stoomboot bestelde en mij alleen uit liet slepen.”
Jacob Bouten maakt als gezagvoerder op de JAN VAN HOORN vier reizen naar Batavia, voordat hij in 1849 op zijn eerste reis rond Kaap Hoorn en vervolgens om de wereld vaart.

Leave a Reply

Your email address will not be published.