Eerste reis TIMOR (1840)

Na eene eerste vergeefsche poging op den 2 Juny 1840, is de Timor den 6e Juny naar zee gezeild en wel in zee gekomen; hij had reeds bij gemelde eerste poging zijne rekening, en den inventaris (zie Stuk No 23) overgezonden.

Vergadering van den Raad der Reedery

Present A. Blussé van Oud-Alblas, Herman van der Sande Hz, F. van Wageningen, Mr P. Blussé Az, J.J.Blussé, H.P. Visser, B. Bruininghuis.
Op heden den 4 Juny 1840, de Raad der Reedery daartoe behoorlijk opgeroepen, vergaderd zijnde,is aan denzelven kennis gegeven, dat de Directie zoo na mogelijk had opgemaakt wat er nog vereischt werd om alles af te betalen, en bovendien had dat daartoe nog eene laatste storting van f 1.000,- per 1/32ste aandeel zou benoodigd zijn, mitsdien die storting te doen heden over eene Maand, voorstellende terwijl alsdan tevens, tegen intrekking van de vroegere stortings kwaitantien, de acten van aandeel zouden worden afgegeven. En is diensovereenkomstig besloten.

Den 14e Juny 1840 is een brief van Kapt Böning ontvangen, gedagteekend van den 8 Juny op de hoogte van Dover berigt gevende dat hij toen aldaar in goeden staat zeilende was, en zedert een uur een flauw oostelijke koeltje doorkwam.
Op den 20 Juny is de Timor door een Fransch naar de Oostzee bestemd schip gepraaid op 46° 29′ breedte en 12° lengte W. van Parijs; waarvan door den Consul te Elseneur beleefdelijk per brief aan den president berigt gedaan is.
Daarna is de Timor den 7 July nog gepraaid op 11° 52′ N.Br. en 23° 28′ W.L.

Vergadering van den Raad der Reedery

Present A. Blussé van Oud-Alblas, Herman van der Sande Hz, F. van Wageningen, Mr P. Blussé, F. Stoop, N. Faassen, B. Bruininghuis.

De Raad der Reedery , op heden 10 November 1840, vergaderd zijnde,is, na voorlezing en goedkeuring der Notulen tot heden, door de Directie rekening gedaan over den aanbouw en uitrusting van den Timor tot in Zee. En is uit die Rekening gebleken, dat gestort werd                        f    3.400,-      per 1/32 ste aandeel, uitmakende een Kapitaal van                                                                            f 108.800,00

terwijl de gezamenlijke uitgaven tot in Zee bedragen hebben                   f 105.613,48½ 

Zoodat deze rekening sluit met een batig saldo van                                      f     3.186,51½

En is de alzoo gedane Rekening goedgekeurd en ten bewijze daarvan door de presente Heeren geteekend.

Aankomst te Batavia.

De Timor heeft de 19 September 1840 ter reede van Batavia het anker laten vallen, hebbende, volgens schrijven van den KApitein van dien dag, op de reis, en als schip, en als goede zeiler, zeer voldaan, terwijl touwwerk, ijzer, enz zich goed gehouden hadden, maar had van de schuurgang verscheiden planken verloren.

Weinige dagen na zijn aankomst te Batavia, ontving Kapitein Bning aanzegging, dat hij de retourlading te Batavia zou ontvangen, en heeft werkelijk den 3e October aldaar een begin met laden gemaakt, maar daarbij moeten aannemen om de in te nemen Indigo en Tin, Franco van Dordrecht te Rotterdam te zullen leveren. Den 20 October geheel beladen zijnde, heeft den volgenden dag de terugreis op hier aangenomen, de lading bestond in 710 schuitjes tin, wegende 350 Picols; 85 kisten Indigo, wegende 171 920/1000 picols; 720 kanassers Suiker, wegende 3005 34/100 picols; 5324 balen Koffij, wegende 4425 23/100 picols, en 130 picols Rotting voor scheepsrekening.

Op het eerst ontvangen berigt van de aankomst van de Timor te Batavia, werd hier door de Directie, den 16e January, de retourassurantie bepaald op f 50.000,- op Casco en f 40.000,- op vrachtpenningen.

Aankomst te Hellevoetsluis.

Na dat men den 15 February 1841, van Scheveningen berigt had ontvangen, dat de Timor voor den wal was, kwam den volgenden dag bij ons per Expresse de tijding in, dat die bodem des morgens van den 16e in de Goeree binnen en tot aan de goereeesche haven gekomen was, en aldaar wegens het ijs, eene ijssloep tot assistentie aangenomen had, waarmede de Timor des middags van den 17 op het Kanaal is gekomen.

De aangenomen ijssloep heeft f 1.300,- gekost, en is daarna, met goedvinden der Handelmaatschappy, als Avary-gros beschouwd, welke met f 37,60 voor de opmaking, aldus gerepartitieerd is:

Waarde Lading f 216.000,-  a f 4,40 per mille  f   950,40

                  Schip      50.000,-               id                id            220,00

                  Vracht                     38.000,-             id                id            167,20

                                                                                                 f 1.337,60

En is de eerstgemelde post door de Handelmaatschappy aan de Reedery uitbetaald, terwijl de beide posten laatstgemeld door de Reedery gedragen zijn.

Aankomst voor deze Stad.

Den 23e February, heeft de Timor voor Hellevoetsluis anker geligt, om naar Dordrecht op te zeilen, doch is aldaar met ongebroken last en circa 16 voeten diepgang, eerst des morgens van den 1e Maart aangekomen.

De lading is, door drukte met andere schepen, eerst tegen het einde van Maart geheel gelost, en de vrachtrekening, bedragende f 50.978,45 dadelijk opgezonden, en het schip aangeboden om in de bevrachtingen van April begrepen te worden. De Afmonstering, den 2e Maart reeds begonnen, was den 8e volbragt, en dadelijk werk gemaakt om het schip voor eene nieuwe reis in order te brengen, terwijl ook reeds den 2 April het schip voor de uitreis verzekerd werd ten bedrage van f 40.000 op casco en f 20.000 op behouden varen.

Den 10e April door de Agenten te Rotterdam het berigt ontvangen zijnde, dat men over de vrachtpenningen deponneeren kon, is door de Directie besloten tot het doen eener uitdeeling, van f 800,- per 1/32ste aandeel, en deze ook dadelijk bewerkstelligd.

Na vroegere vergeefsche pogiongen is het de Directie eerst den 6 September 1841 gelukt om den Timor bij de Handelmaatschappy bevracht te krijgen, met bepaling van den 22 ter reede van Hellevoetsluis tot vertrek gereed te liggen, en op Dordrecht terug te komen.

Ten gevolge van deze becrachting is dadelijk den 7e September, de monstering geopend, waarbij Meinders als makelaar voor de Zeevaart  geëmployeerd is, en de opperstuurman van den Oud-Alblas, D.P. van Wageningen, benevens de timmerman van den Orion op den Timor overgeplaatst zijn. Men heeft mede dien dag de noodige ballast, 32 Last ingenomen en de watervaten gevuld, in afwachting van de Steen, welke de Timor voor de Maatschappy moest innemen. Voorts is de victualie tegen het einde dien week aan boord bezorgd, voor eene Turksche pas gezorgd, en de Steen benevens 10 vaatjes inhoudende 40.000 dollars tegen eene vracht van f 510,- ingenomen, en den 21 September des morgens ten 9 ure van voor deze Stad naar Hellevoetsluis gezeild en daar des middags ten 12 ure aangekomen, voorzien van den brief aan onze correspondenten Kopersmit & Co, de Charterparty en verdere papieren.

Leave a Reply

Your email address will not be published.