Derde reis (1839)

Den 17 December 1838 is de Oud-Alblas met goed weer en Z.Z.O. wind uit Texel naar Zee gezeild, en zijn den 19e van hem zijn rekening en bijkomende stukken ontvangen.
Den 27 December ontvingen berigt, dat Kapt Strumphler door Z.Z.W. wind met dik weer den 20e genoodzaakt was geweest in Duins binnen te loopen, doch heeft den 25 met N.O. wind de reis wederom voortgezet.
Van de kargadoors Daniels & Arbman het manifest der lading ontvangen zijnde, is daaruit gebleken, dat de Oud-Alblas voor f 712,00 aan vrachtgoed in heeft, terwijl bovendien een passagier a f 600,- aangenomen had, waarvan de helft alhier ontvangen is, en de wederhelft te Batavia moet ontvangen worden.
Gelijk in October 1838, bij het vervallen van het uitsluitend regt der strandvonders, de Heer Cornelis Goedkoop is geautoriseerd geworden, om in de Goeree bij rampen, onder zekere bepaling de belangen der Reedery waar te nemen, zoo is ook vervolgens den 11 January 1839 gelijke autorisatie voor Schouwen en speciaal voor het Brouwershavensche gat verstrekt op den Heer Jan de Kater Jr te Brouwershaven.

Comparitie van Directeuren
Heden den 16 February 1839, Directeuren vergaderd zijnde, is de Rekening over de nu afgeloopen reis van den Oud-Alblas voorloopig opgenomen en onderzocht, en besloten om de Rekening aan de Reedery formeel te doen op Zaturdag den 23e dezer.
(En zijn alle stukken en bescheiden behoorende tot deze aanteekeningen van February 1838 tot February 1839 weggelegd in het paket Lith B)

 

Vergadering van den Raad der Reedery

Present de Heeren A. Blussé van Oud Alblas, Herman van der Sande Hz., F. van Wageningen, Mr. P. Blussé, H.P. Visser, B.Bruininghuis, Dz. Gips
Op heden den 23 february 1839, de Raad der Reedery, daartoe behoorlijk opgeroepen, vergaderd zijnde, is, na voorlezing en goedkeuring der door de Directie tot heden gehouden notulen, gedaan rekening over de tweede afgeloopen reis van den Oud-Alblas, sluitende met een batig saldo van f. 20.712,04½
Na goedkeuring en teekening dezer Rekening, is door den President voorgesteld om uit het gemelde saldo eene slotuitdeeling te doen van f 600,- per 1/32e aandeel, en dienovereenkomstig besloten, waarna bij de Reedery in kas zal blijven f 1.512,04½ benevens een door Kapitein Strumphler te verantwoorden saldo van f 19,71½ en de nog te Batavia moetende ontvangen worden passage van f 300,-; maar waartegen de Reedery aan de Erven van wijlen bootsman J. Diederick van Rotterdam gedurende dezelve reis te Samarang overleden, nog de uitkeering schuldig blijft van diens verdiende gage in nalatenschap tezamen ter somma van f 559,62

Aankomst te Batavia

Comparitie van Directeuren
Den 3 Augustus 1839 is door Directeuren, nadat bij hen den 21 July een brief van Kapitein Strumphler gedagteekend uit Batavia van den 21 April ontvangen was, meldende zijn aankomst aldaar op den 7 dier maand, besloten om den Oud-Alblas voor de Retourreis te Rotterdam te laten verzekeren ter somma van f 50.000,- op ‘t casco en f 50.000,- op vrachtpenningen, mitz deze assurantie op de uitgaande doorloopen, in de waarde van casco en vrachtpenningen op gemelde sommen in de polissen aangenomen worden. En is dit bewerkstelligd.

Volgens opgemelde brief van Kapitein Strumphler van den 11 April, waren de vooruitzigten zeer ongunstig om, hetzij door particulieren, hetzij door de Factory, aan wien hij een recommandatie brief van de Maatschappy had, beladen te worden, terwijl het ook met de particuliere goederen zoo schaars en zoo hoog in prijs was dat aan een belading voor eigen rekening niet te denken was. En opvolgende brieven van 20 & 30 April & 7 & 18 Mei waren niet opbeurende; ook bleef eene poging van den Oud-Alblas voor een reis naar Japan aangenomen te krijgen, zonder gevolg.
Den 19e September ontvingen wij eindelijk eene betere tijding door de Heeren Daniels & Arbman het berigt namenlijks, dat volgens per ‘s Lands Schip de Zaan van Batavia aangebragte berigten, de Oud-Alblas voor de Factory bevracht en den 31 Meij naar Sourabaya vertrokken was.
Eerst den 10 October werd dit door een brief van Kapitein Strumphler van den 27 Mei bevestigd, en ons tevens overgezonden copy van eenen brief van de Factory in dato 24 Mei waarbij het schip tegen f 135,- vracht met 10 & 5 PrCt aangenomen werd, nadat alvorens op last der Factory nog een expertise had moeten plaats hebben tot bevestiging van den goeden staat van het schip om met lading de terugreis naar het vaderland aan te nemen.
De Oud-Alblas den 19 Junij te Sourabaya aangekomen, moest ook daar nog op de maar schraal aankomende Nieuwe Producten wachten; en dit was nog den 13e July, volgens eenen brief van dien dag het geval. Latere brieven gaven berigt dat hij van Sourabaya naar Passaroeang was verzeild, aldaar 6000 picols Suiker, daarna te Sourabaya 340 pakken Tabak en in het begin van Augustus eindelijk te Tagal Koffy ingenomen had, van waar hij over Batavia eindelijk de terugreis zou aannemen.

Binnenkomen van den Oud-Alblas.

Des avonds van den 16e December 1849 ontvingen wij eindelijk met brieven uit Batavia van den 24 Augustus, het berigt dat de Oud-Alblas den 25 Augustus van Batavia vertrokken, den vorigen dag wel in het Nieuwe Diep was aangekomen, met eene ongemeen zware lading, blijkens cognossement 552½ ingeladen lasten.
Na in het Nieuwe Diep 7 Ligters beladen te hebben, die tezamen 7500 balen Koffy hebben ingenomen, heeft de Oud-Alblas den 26 de reis door het Kanaal naar Amsterdam aangenomen, en is des morgens ten 9 ure van den 28e Alkmaar gepasseerd, (aldaar den ligt Matroos van de Laar op den uitgaande Orion overzettende) en den 30 december in het Oosterdok ten anker gekomen is.
Den 26 december was van zekere A. van der Sluys te Amsterdam een brief ontvangen, met de vraag of, gelijk het gerucht liep, de Oud-Alblas te koop was, in welk geval hij meende als scheepsmakelaar, ons daarvoor eenen goeden prijs te zullen kunnen bezorgen. Het antwoord was, dat bij de Reedery nog generlei besluit tot verkoop bestond, maar, indien hij een goed bod kon doen, dit in overweging zou gebragt worden.
Nadat de Koffy gelost was, is de Oud-Alblas den 7 january 1840 naar het Entrepot verhaald en den 25e de laatste Suiker uitgelost, en is den 17 de vrachtrekening opgemaakt en ingeleverd, blijkens welke de Oud-Alblas had uitgeleverd 558 Lasten en 170 PrCt, waaronder echter 10¾ Last aan Tin welke maar een vierde vracht betaald, en heeft de vrachtrekening bedragen f 83.437,83

Bij de directie reeds eenige tijd in overleg zijnde, om, zoo dra de Oud-Alblas zou gelost zijn naar den toestand van dien bodem een zorgvuldig onderzoek te doen, en daarna tot eenig besluit van verkoop of reparatie te komen, zoo werd er besloten, ook naar aanleiding van eene daarover met den mede deelhebber F. Smit gehouden correspondentie, dat twee Directeuren, de President en de Heer F. van Wageningen, met de Heeren F. Smit & D. Gips zich op den 22 January daartoe naar Amsterdam begeven zouden.
Deze Heeren, des morgens van den 23 January zich aan boord van den Oud-Alblas begeven en dat schip in alle deelen onderzocht, en alles zoo veel mogelijk met den kapitein zoo veel mogelijk speciaal opgenomen hebbende, hebben ook bij zich doen komen den Scheepsbouwmeester J. Knol aan denzelven een en ander onderworpen, en na nog eenige wijzigingen, eene specificiering en berekening van het naar hunnen verkiezing benoodigde om het schip op nieuw te koperen, kopervast te maken, en alle noodige reparatie te doen ondergaan, met dat gevolg dat zij bevonden hebben er f 25.019,- tot een en ander zou vereischt worden, indien me Experten er toe zou kunnen brengen om naar hun systema het schip te repareeren. En heeft de Heer Smit op zich genomen om daarover met die Heeren te confereeren. Tot tweemaal toe is de Heer Smit met den Heer Lanklema in gesprek geweest, waarbij laatstgemelde wel een en ander scheen goed te keuren, maar altoos eindigde met te zeggen, dat hij zich niet bepaald uitlaten kon, alvorens hij order tot inspectie bekomen, en alles zelf onderzocht hebben zou. Van zijnen kant had den President ter beurze de gelegenheid waargenomen om den ouden Heer Hulzen, in tegenwoordigheid van Directeuren der Handelmaatschappy, te onderhouden over den Oud-Alblas, en speciaal over den door den Heer F. Smit geopperd hoofdbezwaar, tegen het systema voor reparatie der Experten, hunne gewone vordering namelijk, om de dakbalken met verbindingsklossen te vereenigen, en de verbindingsklossen met zwaluwstaarten in de dekbalken in te laten, welk laatste het los en openbreken van alles noodzakelijk maakt. De Heer Hulzen gaf daarop te kennen, dat zulks niet nodig was en niet gevorderd zou worden.
Met dat al was en daarop niet gerust en niet zonder vrees dat de reparatie nog zou kunnen tegenvallen, weshalve men met gemeen overleg nog zoowel met den Heer van der Sluys, als met eenen anderen Makelaar den Heer N. Bakker, ons door den Heer Smit aan de hand gedaan als zijnde de man van den Heer Hendriks, voor wien de Heer Smit gebouwd had, ook daarna nog door de Heeren Daniels & Arbman pogingen deed om het Schip uit de hand tot goede prijs te verkoopen, maar welk alles zonder gevolg is gebleven.

Op 28 january 1840 had, daar de zaak zoo niet kon blijven zitten en het ten hoogsten gewaagd zou zijn om iets buiten de Experts der Maatschappy te doen, op ons verlangen de Expertise namens de Handelmaatschappy plaats, en ontvingen wij den 29 daarvan het resultaat.
Dat resultaat viel in het geheel niet mede; daar echter alle pogingen om het schip uit de hand tot goede prijs te verkoopen vruchteloos bleven, schoot er niet over dan zich in het geval te schikken en of de Reedery overeenkomstig Art. 9 van de Reedery-cedul als geeindigd te beschouwen en het Schip eenvoudig weg publiekelijk tot elken prijs te verkoopen ofwel de Reedery te continueeren en alsdan tot timmering over te gaan.

Bij der Directie de stellige overtuiging bestaande dat, in de gegeven omstandigheden het belang der Reedery medebragt om niet tot en dissolutie en eenen te vreezen allerschadelijkste verkoop, maar tot continuatie der Reedery en het overgaan tot de timmering te besluiten, zoo werd het de vraag of men daar tot continuatie volgens voornoemd artikel 9 der Reedery-cedul , niet dan door drie vierden van het intrest in de Reedery besloten kon worden, die vereischte drie vierden in den boezem der Directie als present beschouwen kon, of wel, ten einde die drie vierden te vereenigen, den raad der Reedery zamenroepen moest.

de President daarop verklarende te representeeren voor zich   .   .   .   18/64
Als voogd over de Kinderen Verbeek   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .           2/64
    en verder als procuratie houder van
L. Zegers Veeckens   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .           .   .   .   .   .   .   .       4/64
A. Blussé de Jonge   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .            .   .   .   .   .   .   .       2/64
H. Holle   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .     3/64
Mr. J.H. Holle   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .       .   .   .   .   .   .   .   .   .   .          2/64

    En de Heeren
Herman van der Sande Hz voor zich   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .            7/64
F. van Wageningen voor zich   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .      .   .   .         5/64
Mr P. Blussé voor zich   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .     .   .   .   .   .   .   .       2/64
    en namens
H.P.Visser   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .             .   .   .   .   .   .   .   .   .   .          2/64
C. Gips &Zonen   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .  .   .   .   .   .   .   .   .   .   .          2/64
& F. Smit   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .               .   .   .   .   .   .   .   .   .   .          5/64
    Alzoo te zamen uitkomende                                                                                 54/64   of ruim drie vierden;

Zoo bleek in deze geene zamenroeping van den Raad nodig te zijn; en werd dan ook door de Directie op den 20 February eenparig besloten om de Reedery onbepaald, en tot nader besissing van den Raad der Reedery, te continueeren en tot timmeren over te gaan, terwijl tevens daaromtrent met Kapitein Strumphler, als belast met het toezigt, de noodige schikkingen beraamd en zoo veel mogelijk accoorden met den Scheepsbouwmeester J. Knol en den Smit Klouzer gemaakt worden.

Bij de vertimmering, is een en ander nog al tegengevallen, onder anderen zijn de Hek en Wulfbalken in geheel moeten uitgenomen worden, zoodat de geheele spiegel er af heeft gemoeten; ook zijn de Fokkemast en groote Raa geheel moeten vernieuwd worden.
Op 1 April is Kapitein Strumphler, aan wien het schip de Admiraal van Heemskerk was aangeboden, als Kapitein Oud-Alblas vervangen door Kapitein P. Kleij, die van dien dag afaan het toezigt over de timmering aanvaard heeft.
Na ingewonnen prijzen is het Koper in ‘s Hage, het rondhout te Amsterdam, en het Patent Touw bij de Wed Cool te Rotterdam besteld. Op Feyenoord een nieuwen Palrand, en een nieuwe ijzeren koning voor het gangspil laten gieten.

Op het einde van Juny werd, met overleg van den Scheepsbouwmeester Knol en van Kapitein Kley, die meenden dat tegen dien tijd de Oud-Alblas geheel zeilree zou kunnen zijn, besloten om dien bodem aan de Handelmaatschappy ter bevrachting aan te bieden, om 28 July in het Nieuwe Diep tot vertrek gereed te zijn.
En is daarop den 6 July door de Directie der Nederlandsche Handelmaatschappy de Oud-Alblas in hare gewone bevrachtingen voor de maand begrepen, om op gemelden 28 July in het Nieuwe Diep zeilree te liggen.
Nog dien eigen dag den 6, zijn door de zorg der Cargadoors Daniels & Arbman de charterpartijen door de Nederlandsche Handelmaatschappij en een paar dagen later door de President der Reedery geteekend. Den 15 July is de monsterrol te Amsterdam geopend, en zijne equipage met moeite, ook door afzending van manschappen van hier, voltallig gemaakt.
Omstreeks dien zelfden tijd, is de Victualy van hier aan hem afgezonden, en heeft Kapitein Kleij met zijne bodem de 25 July de reis naar het Nieuwe Diep aangenomen.

Onder dagteekening van dien zelfden 25 July, zijn den Kapitein Kley zijne Instructie, correspondenten lijst en de brief aan de Heeren B. Kopersmit &Co onze correspondenten voor dezen bodem te Batavia, toegezonden.

Leave a Reply

Your email address will not be published.