JAN VAN HOORN

De bark JAN VAN HOORN, het achtste schip van rederij A. Blusse van Oud-Alblas, is een schip dat niet zo bekend is maar waarover wel het meeste bekend is. De Notulen van Directie en Raad der Rederij bestaan niet meer, maar wel notities hieruit (nagelaten in de familie) door Mr. A.Blusse van Oud-Alblas, auteur van ‘De geschiedenis van het Clipperschip’, welk boek werd uitgegeven door de Bussy in 1949.
Zoals van alle schepen (behalve van de JACOB CATS) van Blusse bestaat het Grootboek nog en twee logboeken van reizen in 1857 en in 1861.
Een foto van een schilderij van de JAN VAN HOORN (in bezit van de familie) staat voor in ‘Het Nederlandsche Zeilschip van 1800 tot het einde’, door kapitein J.Oderwald, uitgegeven door de Bussy in 1939. Een schilderij van 1856 door F.Carlebur (met wel de kapiteinsvlag D18 van Jacob Bouten), is in bezit van het Museum van Gijn in Dordrecht.
De reden waarom er over vooral de reizen van de JAN VAN HOORN veel bekend is, is te danken aan Jacob Bouten die op de eerste twee reizen van de JAN VAN HOORN 1e-Stuurman was, vervolgens zeven reizen het gezag over het schip voer en (op reeds oude leeftijd) het ‘Verslag aan mijn kinderen; Mijn leven als Klipperkapitein’ schreef. Bovendien bleven de kopien van zijn brieven aan zijn reder bewaard vanaf dat hij op zijn tweede reis met de JAN VAN HOORN om Kaap Hoorn op 12 januari 1853 in San Francisco aankwam.
Bekender is Kapitein Jacob Bouten vanwege de KOSMOPOLIETEN. Zie vervolg.

Leave a Reply

Your email address will not be published.